De STARr-training is een preventieve CGT-behandeling voor jongeren met somberheids-, angst- en stressklachten. Het is opgebouwd uit vijf modules (Solve, Think, Act & do, Act & dare en Relax) die behandelaren flexibel en naar behoefte inzetten in overleg met de jongeren. Eerder onderzoek naar de STARr-training1 liet zien dat de training zorgde voor een afname in depressieve klachten. Toch stopte één op de vier jongeren ermee.
Jennifer de Lange en collega’s van de Universiteit Utrecht spraken daarom met jongeren, hun ouders en behandelaren. Wat denken zij van de opzet van de sessies, het taalgebruik in de werkboeken en de duur van de training? Verschillende interviews en focusgroepen later ontwikkelden de onderzoekers een nieuwe en inclusievere versie van de STARr-training. Jennifer de Lange en Denise Bodden vertellen wat er gaat veranderen.
Wat was voor jullie de aanleiding om de STARr-modules aan te passen?
Behandelaars merkten dat jongeren de modules te talig vonden. Op een vmbo-school waar de training werd geïntroduceerd, bleek implementatie daarom lastig. Leerlingen vonden het te moeilijk. We besloten dat de training eenvoudiger en toegankelijker moest worden. Daarnaast wilden we de trainingsmodules ook inclusiever maken op vier domeinen: opleidingsniveau, gender, seksuele oriëntatie en culturele- en religieuze achtergrond. Eerder ontwikkelden we al een aangepaste versie voor christelijk reformatorische jongeren, waarbij bijvoorbeeld aandacht is voor bidden. Die aanpassingen moeten er ook zijn voor andere culturele en religieuze achtergronden.
Wat zijn voorbeelden van aanpassingen?
In lijsten met activiteiten, bijvoorbeeld, hebben we een bredere variatie opgenomen. Waar de één ontspant met yoga of gamen, vindt iemand anders juist rust in een bezoek aan de kerk of moskee. Die diversiteit komt nu terug in voorbeelden en opdrachten. We gebruiken nu een mix van namen en situaties uit verschillende culturen. Denk aan ‘Dunja wil wandelen’, ‘Saïd wil vaker sporten’. Naast ‘hij’ en ‘zij’ gebruiken we nu ook ‘hen’. In sommige modules staan nu voorbeelden waarin leerlingen worstelen met genderidentiteit of seksuele oriëntatie of met discriminatie vanwege afkomst, geloof of genderidentiteit.
De tekst in de werkboeken hebben we sterk ingekort en aangepast naar eenvoudig Nederlands op B1-niveau. Ook hebben we de stappenplannen in de modules vereenvoudigd. Voorheen werkten jongeren bijvoorbeeld bij de module Think met een uitgebreid schema van zeven stappen. Nu bestaan alle modules uit vijf vaste stappen, visueel weergegeven en samengevat op één A4’tje. Ook zijn er bijbehorende korte video’s. De stappen worden daarin toegepast op herkenbare situaties voor jongeren – bijvoorbeeld het opmerken van spanning in je lichaam en hoe je daarmee omgaat. Ook in die video’s is het inclusieve karakter van de nieuwe versie doorgetrokken. De video’s bekijken? Klik op de link: (Video’s – STARr2 – Universiteit Utrecht).
Wat willen jullie behandelaren meegeven met de vernieuwde STARr-training?
Een belangrijk advies is wat ons betreft: durf aan te sluiten bij de jongere die je voor je hebt. De modulaire opbouw van de STARr-training kan daarbij helpen omdat je als behandelaar makkelijker kunt inspelen op wat iemand nodig heeft. Het maakt niet uit met welke module je start. Dat geeft veel vrijheid omdat je niet in een vast stramien hoeft te blijven. Elke module bestaat uit drie sessies: twee basissessies waarin je alle kernonderdelen doorloopt, en een derde die optioneel is voor extra oefening of verdieping. Als je denkt dat twee sessies voldoende zijn, is dat prima. We hopen dat dit zorgt voor flexibel gebruik onder behandelaars.
De nieuwe STARr-modules liggen inmiddels klaar. Wat zijn de volgende stappen?
We gaan nu onderzoeken of de nieuwe modules goed werken voor de jongeren en de trainers in de praktijk. De trainers maken na iedere sessie notities en op basis daarvan maken we de laatste aanpassingen. We vragen ook een aantal CGT-behandelaars om feedback op de werkboeken en handleidingen. In februari hopen we de definitieve versie van de vijf STARr-trainingsmodules klaar te hebben voor gebruik in de behandelkamer.
Jennifer de Lange is postdoc onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Ze deed promotieonderzoek naar suïcidaliteit onder LHBTQ-jongeren. Ze richt zich op het onderzoeken van preventieve interventies voor jongeren met mentale gezondheidsproblemen.
Denise Bodden is assistent professor aan de Universiteit Utrecht en gz-psycholoog. Haar onderzoek richt zich op de ontwikkeling, implementatie en effectiviteit van interventies voor jeugdigen met psychische problemen.
De STARr-training 2.0 is ontwikkeld door de Universiteit Utrecht en de Christelijke Hogeschool Ede en gefinancierd door ZonMw. De VGCt is samenwerkingspartner.
[1] van den Heuvel, M. W. H., Bodden, D. H. M., Smit, F., Stikkelbroek, Y., Weisz, J. R., Moerbeek, M., & Engels, R. C. M. E. (2021). Relative Effectiveness of CBT-Components and Sequencing in Indicated Depression Prevention for Adolescents: A Cluster-Randomized Microtrial. Journal of Clinical Child and Adolescent Psychology, 53, 1–16. https://doi.org/10.1080/15374416.2021.197829



