Problematisch middelengebruik bij cliƫnten in behandeling in de algemene of forensische GGZ: De eerste stappen op weg naar een succesvolle behandeling

Kraanen, Fleur Dr.1

1de Waag / KZ psychologen, Amsterdam

Thema
Verslaving, Comorbiditeit, CGT, Motiverende gespreksvoering

Doelgroep
mensen met weinig ervaring met het onderwerp

Workshop
Of het nu gaat om cliënten bij wie sprake is van een angststoornis, een depressieve episode of cliënten in een forensische setting: bij veel van hen is sprake van problematisch middelengebruik (bv. Lai, Cleary, Ditharthan, & Hunt, 2015; Kraanen, Scholing & Emmelkamp, 2012; Kraanen, Emmelkamp, & De Wildt, 2007). Vanwege de interactie tussen gebruik van genotmiddelen en psychische klachten is het van groot belang het gebruik ervan gedegen uit te vragen, en indien nodig het middelengebruik zelf te behandelen of een cliënt te verwijzen naar een verslavingszorginstelling.

Maar hoe vraag je middelengebruik nu precies uit? Hoe bepaal je of een cliënt hulp nodig heeft bij het onder controle krijgen van het gebruik? Hoe weet je of je dit zelf kunt behandelen of een cliënt moet doorverwijzen? En hoe motiveer je een cliënt om het gebruik van middelen te veranderen? Wanneer je daar meer van wil weten, ben bij je bij deze workshop aan het juiste adres.

Er wordt gestart met een korte presentatie waarin aandacht wordt besteed aan de aard van de relatie tussen verschillende psychische stoornissen en grensoverschrijdend gedrag enerzijds en middelengebruik anderzijds. Bovendien wordt uiteengezet waarom het zo belangrijk is middelengebruik goed uit te vragen en eventueel te behandelen. Ook worden handvatten gegeven in de vorm van een beslisboom die helpen te bepalen wanneer een cliënt verwezen dient te worden naar de verslavingszorg en wanneer je als behandelaar middelengebruik zelf kunt behandelen.

Vervolgens start het interactieve deel. Er wordt gebrainstormd over wat je moet weten van cliënten wanneer middelengebruik speelt om een weloverwogen beslissing te nemen over een cliënt al dan niet te verwijzen. Vervolgens wordt geoefend aan de hand van vignetten om met behulp van de Quick Drinking Screen – Revised – Self-report (Kraanen, Hilhorst, & Nentjes, 2014) middelengebruik gestructureerd uit te vragen. Hierna wordt geoefend met het motiveren van cliënten hun middelengebruik te veranderen door middel van technieken uit de motiverende gespreksvoering (Miller & Rollnick, 2012), het opstellen van een SMART behandeldoel en het maken van een functieanalyse van middelengebruik.

 

Meld je direct aan