CBT-E bij adolescenten met eetstoornissen

Mieke Ketelaars

Waardevolle aanvulling naast FBT

Kop-eetsto_obe

Hoewel we veel weten van de effectiviteit van CBT-E bij volwassenen met eetstoornissen, is er minder bekend over de effectiviteit ervan bij adolescenten. Uit recent literatuuronderzoek van Riccardo Dalle Grave en collega’s blijkt dat CBT-E ook bij jongeren met anorexia nervosa goed werkt. Er is zelfs reden om aan te nemen dat adolescenten zonder ondergewicht kunnen profiteren van CBT-E.

Cgt is voorkeursbehandeling in het geval van eetstoornissen bij volwassenen. Voor kinderen en jeugdigen ligt dat net wat anders. Voor hen, zeker voor jeugdigen met anorexia nervosa, raadt de zorgstandaard in eerste instantie systeembehandeling aan, waaronder family based therapy (FBT). Zoals de naam al impliceert is FBT gericht op het gezin. In de behandeling wordt met ouders samengewerkt en leren ouders hun kind te ondersteunen. Pas als systeembehandeling ongeschikt is of niet werkt, adviseert de zorgstandaard bij oudere adolescenten cgt, waaronder het behandelprotocol CBT-E ontwikkeld door Christopher Fairburn.

CBT-E bij adolescenten

In theorie is de insteek van de zorgstandaard niet onlogisch, omdat de gezinscontext van jeugdigen nu eenmaal een grote rol speelt. In de praktijk kan een dergelijke knip echter tot problemen leiden wanneer adolescenten de volwassen leeftijd bereiken. Bovendien is de effectiviteit van CBT-E bij adolescenten nog maar beperkt onderzocht. Met die reden deden Dalle Grave en collega’s een literatuuronderzoek.

Op basis van een uitgebreide literatuurzoektocht vonden ze acht onderzoeken waarin werd gekeken naar de werkzaamheid van CBT-E bij jongeren tussen 10 en 19 jaar oud. Uit die onderzoeken blijkt dat CBT-E tot goede behandelresultaten leidt en een beperkte dropout heeft. Een van de onderzoeken wijst er zelfs op dat CBT-E bij adolescenten met anorexia nervosa betere resultaten oplevert dan bij volwassenen. Zo waren er meer adolescenten die een normaal gewicht wisten te behalen en was de tijd waarin ze op gewicht kwamen ook korter. Uiteraard geldt dat deze resultaten gerepliceerd moeten worden voordat we dit met zekerheid kunnen stellen.

Opvallend was ook het effect van opname: met name opgenomen adolescenten – over het algemeen de groep met de ernstigste problematiek - profiteerden van CBT-E: maar liefst 80 procent van alle opgenomen adolescenten hadden een normaal gewicht tijdens de follow-up meting. Bovendien vonden de adolescenten de behandeling over het algemeen zeer goed te doen.

Andere eetproblematiek

De onderzoekers richtten zich ook op de effecten van CBT-E bij andere eetproblemen. Het enige onderzoek dat hier naar keek vond dat CBT-E ook bij adolescenten met boulimia nervosa, een eetbuistoornis en andere eetproblemen tot positieve resultaten leidde: ongeveer de helft van deze groep kon succesvol stoppen met eetbuien of purgeren.

Beter?

Zou CBT-E dan óók behandeling van eerste keus moeten zijn voor adolescenten? Dalle Grave en collega’s vonden slechts één onderzoek waarin CBT-E direct met FBT werd vergeleken. Het is dus nog wat vroeg om daar alles aan op te hangen. Maar dat ene onderzoek vond wel even grote effecten voor FBT en CBT-E. Toch was er ook een verschil: FBT leidde namelijk tot snellere gewichtstoename tijdens de behandeling. Bij 6 en 12 maanden follow up was dat verschil echter verdwenen. De onderzoekers wijten het verschil aan de inhoud van de behandeling: bij FBT is gewichtstoename (wanneer dit geïndiceerd is) vanaf het begin een aandachtspunt. In CBT-E daarentegen wordt meer tijd genomen voordat gewichtstoename aan bod komt. Hier wordt bovendien pas mee gestart wanneer patiënten hier zelf achterstaan.

Het literatuuronderzoek van Dalle Grave geeft slechts een eerste beeld van de mogelijkheden en beperkingen van CBT-E voor adolescenten. Een belangrijk aandachtspunt is de onafhankelijkheid van de onderzoeksinstellingen. Op één na werden de onderzoeken allemaal uitgevoerd binnen dezelfde kliniek. Een kliniek die bovendien betrokken is geweest bij de ontwikkeling van CBT-E voor adolescenten. Voor de komende periode lijkt het dan ook zinvol om meer onderzoek te doen naar de mogelijke meerwaarde van CBT-E voor adolescenten. Daarbij zou het zeer wenselijk zijn om de effecten van CBT-E af te zetten tegen FBT.

Bron

Dalle Grave, R., Conti, M., Sartirana, M., Sermattei, S., & Calugi, S. (2021). Enhanced cognitive behaviour therapy for adolescents with eating disorders: A systematic review of current status and future perspectives. Italian Journal of Eating Disorders and Obesity. https://doi.org/10.32044/ijedo.2021.01