Vijf vragen aan Hildegard Kraak over het Doorbraakproject ROM

Marc Woltering in gesprek met Hildegard Kraak

Hildegard Kraak

De afgelopen twee jaar heeft het Trimbos-instituut een Doorbraakproject gedaan om het werken met ROM een impuls te geven. De Doorbraakmethode is een manier om veranderingen op gang te brengen door experts en mensen uit de praktijk nauw te laten samenwerken, zodat ze van elkaar kunnen leren.

De methode is bedacht in de jaren 90 door Don Berwick, een Amerikaanse kinderarts die zich helemaal heeft toegelegd op kwaliteitsverbetering in de zorg. Van hem is de uitspraak dat 20-30% van de zorguitgaven in de VS weggegooid geld zijn.

De VGCt heeft meegeholpen deelnemers te zoeken voor het project, vandaar dat we even zijn gaan bellen met Hildegard Kraak, die als vrijgevestigde met vier collega’s uit haar praktijk heeft meegedaan.

Wie ben jij?

Ik ben Hildegard Kraak en ik ben therapeut sinds 2001. Ik heb eerst bij HSK gewerkt, waar zeer consequent wordt geROMd. Sinds 2007 werk ik met 6 anderen bij Visie in Deventer. Als vrijgevestigde dus.

Wat heb je met ROM?

Ik hou van meten en cijfers. Iedere cliënt die bij ons binnenkomt laten we de SCL-90 en een paar klachtspecifieke vragenlijsten invullen en aan het eind van de behandeling doen we de SCL-90 nog een keer. Als ik het idee heb dat er bijgestuurd moet worden, ROM ik na 6 tot 8 sessies nog een keer extra.

Tegenwoordig doen we ook de ORS erbij, bij elke sessie. Outcome Rating Scale betekent dat. Daarvoor hoeft een cliënt alleen maar vier streepjes te zetten (zie de laatste pagina van dit artikel voor een voorbeeld). En af en toe doen we de Session Rating Scale. Die gebruiken we als cliëntenfeedbacksysteem. Wij vinden feedback prettig en Menzis wil graag dat we de SRS gebruiken, dus dat zijn twee vliegen in een klap.

Hoe was het Doorbraakproject?

Nou, we zijn blij dat wij – ik en vier collega’s van Visie - hebben meegedaan! ROM is toch wel een dingetje en we wilden er meer over weten. We waren vooral geïnteresseerd in ‘leren van geaggregeerde meetgegevens’, daar wilden we ons met zijn vijven wel een jaar lang in verdiepen.

We hebben geleerd hoe de OQ-45 en de SQ-48 werken en we hebben zelf een tooltje gemaakt om onze SCL-90-scores te vergelijken (nu het nog kan, want de SBG accepteert hem binnenkort niet meer). Mijn dochter heeft die tool trouwens gemaakt, in Excel, met macro’s die de gegevens analyseren.

We weten nu veel meer over wat er allemaal komt kijken bij het meten van behandelresultaten. En we zijn ook nog een goede vragenlijst voor sociale angst op het spoor gekomen, en dus de SRS en de ORS.

Werken jullie nou anders?

Eigenlijk niet. We weten nu veel beter wat we aan het doen zijn als we meten, dat wel, en we hebben de SRS en de ORS ingevoerd. We zouden er nog veel meer mee kunnen doen, maar door alle regelgeving en randvoorwaardelijke dingen komen we gewoon tijd te kort. We doen hier in de praktijk ook een inhoudelijk project over suïcidaliteit. Daar wil ik ook tijd voor hebben.

Kan de VGCt iets voor je doen op het gebied van ROM?

Ik vond het erg leuk mee te doen aan jullie pilot eerder dit jaar, waarin jullie ROM-gegevens van ons en nog wat anderen hebben vergeleken en geanalyseerd. De steekproef was natuurlijk veel te klein, maar ik zou best benieuwd zijn naar een vergelijking tussen VGCt-leden en niet-leden.