Sfeerverslag cgw-congres 2019

Door: Miriam Visser | www.tekstenmetzorg.nl

Doe allemaal maar een stapje terug

“Wow”, “zooo” of “kijk nou” roept de een na de ander als hij Van der Valk Hotel Veenendaal binnenstapt. Cognac-kleurige gladleren stoelen. Zeeblauwe ribfluwelen fauteuils. Een modern ‘Perzisch’ tapijt op de vloer. Alles ademt hier chique. Wie had dat gedacht toen hij de betonnen ‘mammoettanker’ met prefab hotelkamers naast de A12 betrad. Dit zou geen gewone congresdag worden, maar een bijtankdag.  

Vol verwachting nemen de ongeveer 250 cognitief gedragstherapeutisch werkers plaats in de plenaire zaal. Zo’n tachtig procent is vrouw: veelal begin dertig. Van de twintig procent mannen zijn de meesten vijftig plus. Nee, geen ouwe snoeperds, maar geheel volgens de trend in ggz-land.

Als je stropdas maar goed zit

VGCt-lid van verdienste Bert de Vos opent het congres met een ‘pauselijke toespraak’: vriendelijk, bescheiden en weloverwogen. Maar vanaf keynotespeaker Ger Keijsers is het afgelopen met snoozen. Deze professor in de klinische psychologie laat de wekker onophoudelijk zoemen. Met veel armgebaar, ferme pas over het podium, prikkelende vragen en gevatte humor deelt hij zijn visie op het thema van het congres: ‘Therapeut en techniek: kiezen of combineren?’ “Het laatste”, is zijn antwoord. Want voor zo’n zestig psychische stoornissen is psychotherapie aantoonbaar beter. Maar in andere gevallen – denk aan schizofrenie – zorgt de (combinatie met) techniek of medicatie voor het grootste effect.  

Toch is de allergrootste voorspeller van behandelsucces volgens Keijsers de cliënt. Die moet het werk verrichten. Die moet je als cgw’er bereid zien te vinden om dat te doen. Met behulp van beïnvloedingsstrategieën uit de sociale psychologie. Denk aan autoriteit, sociale bewijskracht en sympathie. “Waarom denken jullie dat ik vanochtend een ‘giletje’ onder mijn pak heb aangedaan en gecheckt heb of mij stropdas recht hing? Om ‘opponent’-keynotespeaker Anton Hafkenscheid te imponeren! Want hoe groter de gelijkenis, hoe meer invloed.”
“Dan had je die stropdas beter thuis kunnen laten”, roept Hafkenscheid vanuit de zaal, tot grote hilariteit van de toehoorders. 

“Wat een verhelderende inzichten”, verzucht sociotherapeut Wendy (37) na afloop. “Ik hoef dus minder hard te werken en mag meer vertrouwen op de therapeutische relatie.”

Tips & tricks

Ook de workshops die volgen staan in het teken van ‘het jezelf makkelijker maken’. Zo leert Heleen Grandia-Witteveen deelnemers hoe je cliënten sneller helpt met tekeningetjes. Creatief gaat iedereen aan de slag met het zeventien-tekenalfabet van onder andere rechthoeken, zigzaglijntjes en boogjes. Een groepje tekent een diepe geul met links daarvan iemand met een verslaving, rechts een monster en daartussen een touw. Zo zie je in een oogopslag dat als je het touw loslaat en wegloopt, je zowel van het monster af bent als van het gevaar om in de kloof te vallen.

Gz-psycholoog Rebecca (40): “Toen we er zelf praktisch mee aan de slag gingen, besefte ik pas hoeveel je ermee kunt.”

Ellis Baron, leider van de workshop ‘Motiverende gespreksvoering’, benadrukt het belang van verandertaal. Zoals: vraag je cliënt naar de nadelen van het ‘nu’ en de voordelen van veranderen. En ook: stel minder vragen en maak meer statements. Dan gaat je cliënt sneller nadenken. Want je bent er als cgw’er niet om al het werk te doen, maar om de autonomie van je cliënt te ondersteunen. 

Lucas (57), sociaal psychiatrisch verpleegkundige: “Wat enthousiasmerend! Die statistische onderbouwingen geloof ik wel: cgw’ers zijn vooral praktisch. Maar met de tips ga ik zeker aan de slag.”

Dat wil zeggen: niet voordat ook deze zorgprofessional in de watten was gelegd met een welverdiend, uitgebreid lunchbuffet.  

‘My Bonny is over the ocean’

Cgw’er Marijke (44): “Dit congres is echt én, én, én, én”: het is leuk om gelijkgestemden te spreken, het is reflectie, het is praktisch en het is lachen.

Ook de energizer van Carla Steeman - tegen de after-lunchdip - zorgt voor een vrolijke noot. In de plenaire zaal schalt uit alle monden: ‘My Bonny is over the ocean’, waarbij het publiek bij elke ‘B’ in de songtekst moet wisselen tussen ‘achterover leunen in je stoel’ en ‘weer staan’. “Wie heeft er fouten gemaakt?”, vraagt Carla na afloop. Alle vingers gaan de lucht in. Zo doet ook niemand z’n werk als cgw’er perfect...  

“Stamp met je voeten, knip met je vingers en klap in je handen: hard, harder, hardst. Daar komt de tweede keynotespeaker: klinisch psycholoog en psychotherapeut Hafkenscheid!”

Op het podium verschijnt een rasechte verhalenverteller, bij wie de luisteraar al snel aan z’n lippen hangt. Hij lijkt z’n speech ter plekke uit z’n mouw te schudden. Tegen de organisatie: “Hoeveel tijd heb ik nog? Want uitlopen vind ik niet kunnen; dan brei ik er een punt aan.” Even later: “Heb ik nóg vijftien minuten? Oh, dan praat ik gewoon even door.” Diezelfde flexibiliteit is ook zijn antwoord op de vraag van de dag. Het is niet therapie óf techniek, maar de therapeutische relatie ís techniek. En die loopt dwars door alle behandelprotocollen heen. Daarom mag je als therapeut ook gerust ‘present’ zijn tijdens de behandeling. Denk niet: als ik mezelf als mens laat zien, ben ik geen expert. 

Met chips op de bank

Ook bij Mark Crouzen, die de workshop Feedback Informed Treatment gaf, stond centraal hoe je het jezelf als cgw’er makkelijker maakt. Begin niet bij het probleem van de cliënt, maar bij de gewenste oplossing. Want, zo vroeg hij de deelnemers:

“Hebben jullie wel eens last van moeilijke cliënten?”
“Jaaa!”
“Van die cliënten die alles negatief zien en je leegzuigen?”
“Jaaa!”
“Maar hoe zouden jullie het willen hebben? Wat zouden jullie bijvoorbeeld vanavond willen doen?”
“Lekker met een zak chips en een wijntje op de bank zitten!” 
“Zorg er dan voor dat je de inspanning bij de cliënt laat: die moet gaan nadenken.”

En zo eindigde ook de laatste workshopronde met de boodschap: therapeut en techniek zijn belangrijk. Maar nóg effectiever is een gemotiveerde cliënt. Daarom kun je als cgw’er gerust een stapje terug doen. En voor wie dat nog even oefenen is: Van der Valk heeft ook een wellness center.

Terug naar de congrespagina