‘Hij durft weer naar de biologieles’

Joske Prummel (35) werkt als cognitief gedragstherapeutisch werker bij Accare in Groningen en Appingedam.

Joske Prummel

Wat is er leuk aan cgw’er zijn?
Ik werk in de jeugdpsychiatrie, liefst één op één met jongeren. Ik doe ook IPG bij gezinnen. Maar als cgw’er ben ik meer gefocust op het probleem van de jongere zonder het hele gezinssysteem.

Heb je een voorbeeld van een cgt-behandeling die je hebt toegepast?
Een vwo’er (13) durfde niet naar biologie. Hij was vooral bang voor bloed, injecties en alles aangaande het menselijk lichaam. De Dappere Kat-methode heb ik toegepast, een angstbehandeling. Ik heb zijn doel vastgesteld en een hiërarchie gemaakt. We zijn onderaan begonnen: ik las voor uit zijn biologieboek en heb zo zijn angstniveau bepaald. Ik heb zijn gedachten uitgedaagd en hem geholpen die te ordenen. Ook ontspanningsoefeningen hielpen. Daarna durfde hij weer naar de biologieles en keek zelfs filmpjes over het menselijk lichaam.

Met wie werk je samen? Hoe zijn de verantwoordelijkheden verdeeld?
Ik werk onder supervisie van een cgt’er. Eens per twee, drie weken bespreken we de casus: wat gaat goed, wat niet, wat moet anders. Zo nodig overleg ik tussendoor zodat behandelingen kunnen doorgaan.

Wat vind jij de toegevoegde waarde van de opleiding en registratie?
Ik vond de cgw-opleiding, in 2011 afgerond, een enorme meerwaarde, want ik heb mijn werk kunnen uitbreiden en verbreden. De registratie heeft meerwaarde omdat je nieuwe ontwikkelingen moet bijhouden. En dat houdt mij gemotiveerd!

Waarom moeten zorginstellingen cgw’ers in dienst hebben?
Als cgw’er kun je meer behandelingen doen omdat een cgt’er ook veel andere taken heeft. Je hebt daardoor meer focus op de casus en kan cliënten beter bedienen. Bij Accare komen steeds meer cgw’ers ; we zijn getraind in allerlei protocollen en breed inzetbaar. Dus ook het management ziet de meerwaarde.

Lees de brochure Word ook cgw’er