‘Als cgw’er wordt je gereedschapskistje uitgebreider’

Rein Delhaas (62) werkt als intaker en behandelaar bij Brijder in Alkmaar.

Rein Delhaas

Wat is er leuk aan cgw’er zijn?
Ik deed binnen de verslavingszorg al jarenlang de leefstijltraining die is gebaseerd op cognitieve gedragstherapie. Daarmee ging ik al verder dan wat ik als maatschappelijk werker had geleerd. Leuk aan cgw’er zijn is dat het leren over cognitieve gedragstherapie een verdere verdieping van mijn vakkennis is. Mijn werk wordt daardoor interessanter en ik word gestimuleerd om het beter en methodischer te doen, ook als je zoals ik al wat langer in het vak zit. En zeker in een tijd waarin verwacht wordt dat je evidence-based werkt, is het belangrijk om je in die richting verder te scholen. Het werk wordt er alleen maar beter van en ik kan mijn cliënten ook beter helpen.

Heb je een voorbeeld van een cgt-behandeling die je hebt toegepast?
Ik had een cliënt, een 27-jarige zzp’er, die zich niet meer zonder cocaïne kon ontspannen. ‘Ik heb het immers verdiend na al dat harde werken.’ Bij middelengebruik speelt het traceren van gedachten die het gebruik uitlokken en legitimeren een belangrijke rol. Ik liet hem een dagboek bijhouden (selfmonitoring) en deed een functieanalyse waarin deze gedachten aan het licht kwamen. Deze ‘gevaarlijke’ gedachten heb ik bij hem uitgedaagd en ik heb hem geholpen gedachten te vinden die abstinentie helpen bereiken en volhouden. Daarnaast heb ik aandacht besteed aan het maken van een voor hem aantrekkelijk spaarsysteem als bekrachtiger voor nieuw gedrag: elke keer als hij geen cocaïne gebruikte, deed hij zijn ‘drugsgeld’ in een glazen spaarpot. Zo kon hij zijn vorderingen volgen. Ook leerde hij uiteindelijk om in het weekend niet meer zijn oude, gebruikende vrienden te ontmoeten (een stimuluscontrole), maar bezocht hij de weekendmeetings van de CA (Cocaine Anonymous). Verder leerde ik hem alternatief gedrag: hij herontdekte verwaarloosde hobby’s. Door dit alles leerde hij weer te leven en ontspannen zonder cocaïne.

Met wie werk je samen? Hoe zijn de verantwoordelijkheden verdeeld?
Wij hebben regiebehandelaren: een paar psychiaters, een verslavingsarts en twee gz-psychologen. Met hen werk ik heel nauw samen. We hebben elke week een overleg waarin de nieuwe cliënten besproken worden. En als ik tussendoor iets wilt veranderen binnen een behandelplan of tegen iets aan loop, kan ik altijd met mijn regiebehandelaar overleggen.

Wat vind jij de toegevoegde waarde van de opleiding en registratie?
Door de verdieping ging ik meer zien, meer ontdekken. Je gereedschapskistje wordt uitgebreider. En je durft dingen aan die je altijd een beetje hebt laten liggen. Vroeger zou ik bijvoorbeeld geen angstbehandeling hebben gedaan en dat mocht ook niet. Nu wel. Met nieuwe protocollen waarvan ik voorheen dacht: ‘Die zijn voor de psycholoog.’ Nu ga ik het zelf doen. Het is ook ingewikkeld, zeker als je je er verder in gaat verdiepen. Vooral om protocollen toe te passen zoals ze bedoeld zijn. Maar ik vind dat wel spannend, een uitdaging om het toch te proberen.

Waarom moeten zorginstellingen cgw’ers in dienst hebben?
Omdat het over het algemeen mensen zijn met veel praktijkervaring. En als je het in de zorg lang en goed volhoudt, ben je van onschatbare waarde, dan kun je kennelijk het ingewikkelde werk aan. Die mensen wil je graag in dienst houden en iets extra’s bieden, zodat ze nog beter hun vak kunnen uitoefenen. Dat is alleen maar goed voor de cliënten. En instellingen moeten cgw’ers daarin faciliteren. Bij Brijder gebeurt dat heel goed: we krijgen tijd voor studie en supervisie. Ook hebben we sinds kort elk jaar een dag voor deskundigheidsbevordering voor cgw’ers. Want sommige mensen denken misschien: ‘Als ik nou maar dat papiertje heb, dan ben ik het.’ Maar dan begint het pas.

Lees de brochure Word ook cgw’er